• Dental Clinics in Antwerpen en Brussel (België)
• Sociale en gezondheidszorginterface tussen het Vlaams Gewest en de nieuwkomer
• Sponsoring van Vlaamse Culturele en Artistieke activiteiten
• State of the art tandverzorging, erkend door het Rijksinstituut voor Ziekte en Invaliditeit (RIZIV)

SPONSORING



Het is eigenaardig dat een Natie die ‘s werelds grootste schilders heeft voortgebracht, van Rubens tot Ensor, niet het eerbetoon krijgt waarop zij aanspraak maakt dankzij haar taal en andere beoefende Kunsten onder haar bescherming.

En zijn het niet precies de nieuwkomers, de nieuwe Vlamingen, die als eersten deze hulde zouden moeten brengen ? Hoe kan men beweren zich aangetrokken te voelen door Vlaanderen zonder zich te interesseren voor haar cultuur ? Op welke manier kan men het Vlaams talent aanmoedigen en valoriseren ?

Op al deze vragen bieden de tandheelkundige praktijken DENTAL CLINICS een antwoord dat samen met hun sanitaire (tandheelkundige verzorging) en sociale rol (integratie van nieuwkomers) een daadwerkelijke driepoot vormt : de sponsoring van Vlaamse kunst en cultuur.

Maar “Vlaamse kunst en cultuur” zouden loze woorden zijn mochten we onbekwaam zijn om binnen te dringen in de ziel van de Vlaamse Natie om er datgene te ontdekken wat Rabelais de “substantifique moëlle” placht te noemen.

Toen Jacques Brel met het talent dat wij hem toekennen zong, Mijn Vlakke Land

Wanneer de Noordzee koppig breekt aan hoge duinen
En witte vlokken schuim uiteenslaan op de kruinen
Wanneer de norse vloed beukt aan het zwart basalt
En over dijk en duin de grijze nevel valt
Wanneer bij eb het strand woest is als een woestijn
En natte westenwinden gieren van venijn
Dan vecht mijn land, mijn vlakke land

drukte hij niet het zout, de quintessentie uit van de Vlaamse gevoeligheid : deze opening van het land, soms te zeer blootgegeven aan de opdringerige en tezelfdertijd voedende zee, deze diep religieuze opvatting van dualiteit oproepend van elk gegeven iets in deze Wereld ?

De Vlaamse kunst, haar cultuur, zouden zij werkelijk gemerkt zijn door de stempel van deze fundamentele dualiteit ? Was Henri – Hendrik – Conscience werkelijk een der grootste Vlaamse literairen omdat hij erin geslaagd is om zich te abstraheren van het Franse keurslijf – of integendeel, omdat hij twee grootse culturen wist te verenigen ?